Schuddende tieten korte pjes

schuddende tieten korte pjes

Shemale sexcontact vingeren lesbi



schuddende tieten korte pjes








Drenthe sex uitgerekte kut


Lekker langzaam neuken priveontvangst middelburg


Nutriendi scopp wordt een dec. Gedurende den nacht was de patiënt koud geweest, had geijld» des morgens zweette zij sterke en 61 had een zeer frequenten en zwakken pols. De diarrhoe hield op. Tegen den avond was zij bijna koorts? De percussietoon scheen tbans aan de linkerzijde do£Ferdanaan de regter, de auscultatie leerde niets.

Er werd een eenvoudig demulcens met aqua laurocerasi gegeven. In den namiddag ontstond weder een aanval van koude, welke gedurende drie uren aan- hield, en waarop een zeer overvloedig zweet volgde. Intusschen ijlde de vrouw, hierbij kwam decubitus neglectus met incontinentia alvi et urinae en groote onverschilligheid.

De buik was sterk tympamtisch opgezet. De pols is zeer frequent, de hartsbewegingen worden tusscheo de tweede en vierde rib waargenomen en zijn sterk. De ademhaling is kort, percussietoon aan beide zijden dof, hartstoonen slecht te onderschei- den.

Ofschoon van pleuritis niets bleek, scheen er toch wel eene tamelijke hoeveelheid sereus exsudaat in de pleurazakken te zijn. Daar de hartsbewegingen onregel- matig, de hartstoonen onduidelijk waren, de hartstoot op eene ongewone plaats werd waargenomen, ontstond er vrees dat er ook exsudaat in het pericardium gekomen was.

Om de groote benaauwdheid der vrouw werden 6 bloedzuigers op de hartstreek geplaatst, doch zonder effect, zooals te verwachten was geweest. In den avond, den 18den dag na de bevalling, stierf de vrouw. Lijkopening 38 uur na de dood. BorHholte, — De ligging van het hart was reran- derd, en wel zoodanig dat bet tusschen de 2de én 4de rib naar bo?

Het linkerhart bevatte geen bloed, zijne zel£standigbeid was verweekt, violet gekleurd. Het regterhart was uitwendig met veel vet bekleed. In de holte van het pericardium was veel violetkleorig vocht, hetwelk vet bevatte. In beide pleurazakken was, ofschoon niet in zeer groote hoeveelheid, seram aanwezig. De longen zelve waren gezond.

Het peritonaeum parietale was bleek, leverde geene teekenpn van ontsteking. Het haarvaataet der lever was met lucht gevuld, de milt groot, papachtig.

Het regter ovarium was met de sereuse tunica van het iliuni ver- groeid, en hiar werd eene perforatie van het jngewand waargenomen, welke van buiten naar binnen scheen te zijn voortgegaan. Beide ovaria waren met pos gevuld. De uterus was nomiaal, de sereuse oppervlakte niet glinsterend maar ook niet ontstoken.

De plaats echter, waar de placenta was vast- gehecht geweest, was donkerder gekleurd, zoodat hier wel endometritis kon aangenomen worden. In dea afoüd van den 6den Nü? Aangezien de pijn in de regio hypogastrica, vooral in de linker, bleef voortbestaan, of- schoon ze altijd bij drukking verminderde, werd een groot vesicatorium op de pijnlijke plaats gelegd. Er werd een dec. Somtijds was zij misselijk en enkele malen volgde er braking, waardoor alles wat in de maag was werd uitgeworpen, 9 Nov.

De pijn was nu even als gisteren van weinig aanbelang, het volumen der baarmoeder altijd grooter dan gewoonlijk. Het bleek nu dat zich secundaire peritonitis met overvloedig exsudaat had ontwikkeld. De pisblaaswas sterk uitgezet ; met den catheter werden 20 oneen urine ontlast.

Zes bloedzuigers werden op den buik geplaatst en de bloe- ding gedurende anderhalf uur onderhouden. Ër werd 65 dec. De buik was nog zeer opgezet, ofschoon minder pijnlijk.

In dezen hopeloozen toestand werd nog moschus toege- diend, maar zonder veel gevolg; er ontstond alras sterke rhónchus mueosus, de slikking werd moeijelijk en einde- lijk stierf de vrouw na een' langen doodstrijd op den volgenden dag des namiddags ten 1 uur.

Lijkopening 20 uur na den dood. Ook werd niets in de schedel- of borstholte ge- vonden. In de buikholte was dit anders. De serosa uteri was dof, weinig rood gekleurd, ook was het peritonaeum van zijnen glans beroofd, overigens weinig sporen van ontsteking vertoonende. In de buikholte was eene groote hoeveelheid deels sereus, deels plastisch, voor een gedeelte ook purulent exsudaat; de ingewanden kleefden hier en daar te zamen.

Goagula in de vaten werden niet gevonden. De ziekten der pasgeborenen, die op de kraamzaal werden waargenomen, bepalen zich tot de volgende: Van te voren was het zeer wel geweest, van onlsiteking der lever of navelader of eenig ander orgaan bleek niets.

De alvus alleen was niet ovèr-f vloedig. Het slikken was moeijelijk maar niet geheel belet; nu en dan werd een weinig syrupus rhei gegeven. De kramp was niet «aanhoudend, somtijds strekte zich de- zelve over den gebeelen tronk uit, zoodat ware tetanus aanwezig was. Heestal weigerde het kind de borst, soma echter, al was de kramp niet geheel geweken maar alleen verminderd, zoog het gedurende eenige oogenblikkeuw 's Avonds ten 9 uur, nadat weinig.

Eene ligte hyperaemie der lever was aanwezig, terwijl een weinig sereus e2isudaat in de buikholte gevonden werd. Het systema nervosum was op 't uitzigt gezond. Dood onder de verlossing. De verbinding van het hoofd met den atlas was zeer bewegelijk en onvast, zoodat er ver- moeden op beleediging van dit gewricht ontstond, het- geen echter niet plaats had gehad. Het kind was, ofschoon voldragen, -niet zeer ontwikkeld, de nagels waren goed gevormd, de buik was opgezet, de testiculi beiden in het scrotum.

De lijkopening leerde het volgende: Be schedel, — Sterke hyperaemie met uitstorting van bloed onder de algemeene bekleedselen, zoowel boven als onder de galea aponeurotica. Grootere en kleinere uitstortingen van bloed werden gevonden, voornamelijk in de slaapspieren, die daardoor zeer waren uitgezet. Sterke hyperaemie van de hersenen en hersenvliezen.

Crroote hoeveelheid liquor cerebro-spinalis, hetwelk, toen de verbinding tusschenhoofd en atlas verbroken werd, als 't ware uitspoot. In het middelste gedeelte der linker long, iets meer naar achteren, werd eene plaats van een' duim in diameter gevonden» welke harder was dan de overige deelen der longen en donkerrood gekleurd hepatisatie, omschreven pneumonie ; alleen dit gedeelte kon niet opgeblazen worden, de overige deelen gemakkelijk.

Achter deze plaats was eene kleine hoeveelheid bloed uitge- stort tusschen de pleura pulmonalis en de long zelve. In het hartezakje werd veel serum gevonden, de venae waren gevuld, het hart geheel vol zwart gecoaguleerd bloed. Even als in de schedel- en borstholte was ook in de buikholte eene groote hoeveelheid dik, kleverig, doch niet bloederig serum aanwezig.

De blaas bevatte veel urine. De navelstreng was zeer dik, de naveladeren waren goed open van af de placenta tot ongeveer op het midden der streng; van deze plaats echter, tot daar waar het bandje was omgelegd, waren de slagaderen wel niet geheel gesloten, maar toch zeer naauw, zoodat slechts een zeer dun stilet kon worden doorgevoerd.

Hier en daar waren ook in de vena um- bilicalis uitgezette plaatsen met gecoaguleerd bloed gevuld. De slagaderen waren tot de plaats waar de vernaauwing begon goed gevuld, verder echter tot aan de ligatuur ledig.

Daar de kloppingen in de streng dadelijk nadat het kind geboren was, niet meer werden waargenomen, is het bijna zeker, dat dit gedeelte der 69 streng reeds voor de geboorte baar bloed heeft verloren. Ook was het opmerkelijk dat over eene uitgestrektheid van ongeveer twee Parijsche duimen drie in plaats van twee slagaderen aanwezig waren. Een tak van de eene, bijna even groot als de slagader zelve, ging na een' afzonder- lijken loop ter lengte van 2 duim in de andere slagader over.

Drukking der streng en belette terugvloed moeten voor de oorzaak van den apoplectischen dood van het kind gehouden worden. Dat de zamentrekking der vaten reeds vóór de baring heeft bestaan, is niet waarschijnlijk; gedurende de baring evenwel zijn ze vermoedelijk geruimen tijd vrij sterk gedrukt geworden, terwijl de toevoer van bloed, gelijk uit de bestaande hyperamine blijkt minder belemmerd moet zijn geweest.

Al was het luraen der slagaderen reeds vroeger verminderd geweest, zoo zoude dit toch niet voor de oorzaak van den dood gehouden kunnen worden, want het kind was voldragen, goed gevoed, en de foetaal- pulsatie was gedurende de baring nog gehoord. Apoplectuche dood van een kind door eephalaematoma veroorzaakt. Het kind echter was dood. Het geheele been was met bloed door- trokken. De schedelbeenderen zeer bewegelijk, zoodat zoowel voor- als achterhoofdsbeen gemakkelijk ver onder de wandbeenderen konden worden heengeschoven.

Vaten van de dura en pia meninx sterk gevuld. In het pericardium was onge- 70 veer een lepel bleek serum. De kransaderea sterk gevuld» in het hart zelf veel vloeibaar bloed. Belette bloedstroom heeft in dit geval stellig den dood veroorzaakt, hoe echter drukking heeft plaats gehad, die de bloedsomloop zoo kon stooren, blijkt niet.

Het is waarschijnlijk dat de slagaderen der navelstreng zamen- gedrukt geweest zijn, voor bewijs is het niet vatbaar» Purulente ophthalmU kwam meermalen vQor; in de ligtere gevallen was reinheid en koud water voldoende, in iets zwaardere werd nitr. Zonder uitzondering leden de moeders aan fluor albus, die bij sommigen zoo scherp was, dat er ontvellingen door werden teweeggebragt Ia het Yolgende geval was de gewone behandeling niet voldoende.

Een kiod, uit eene syphilitische moeder geboren, kreeg den derden dag na de geboorte purulente ophthalmie» eerst op het regter, den volgenden dag ook op het linker oog. Dit laatste genas onder inspuiting met nitras argenti binnen vijf dagen; de toestand van het eerste verbeterde eerst wel iets onder deze behandeling, doch bleef later in statu quo. Nu werd de inspuiting versterkt, daarna eene oplossing van acidum tannicum gebruikt, maar zonder effect. Eindelijk werd ook te vergeefs sulphas zinci gr.

Toen werd wegens vermoeden, dat syphilis misschien de opbthalmie onderhield, tweemaal daags een kwart grein 71 calomel toegediend en werden de oogleden eiken morgen met salphas cupri gecauteriseerd.

De toestand verbeterde wel maar zeer langzaam. Nu werden weder inspui- tingen met nitras argenti, vervolgens met sulphas zinci gedaan, terwijl calomel werd voortgebruikt. Eindelijk genas het kind. Gedeeltelijke atelecioêiêé -— Zes kinderen stierven aan algemeene zwakte in de eerste dagen na de geboorte, en bij allen was de foetaaltoestand der longen voor een grooter of kleiner gedeelte voorhanden.

Het is zeker dat deze toestand der longen den dood bevorderd heeft; de zwakte moet echter in alle gevallen voor de oorzaak van de slechte uitzetting der longen gehouden worden. Altijd konden wij de gedeelten der longen, die door atelec- tasis waren aangedaan, zonder veel inspanning opblazen. S8 regel 17 etaai: Heeft men den Chirurgen, vooral van vroegeren tijd, wel eens en welh'gt niet altijd ten onregte verweten, dat ze te ligtvaardlg waren in hét wegnemen van deelen, die mogelijk behouden hadden kunnen wor- den, zoo begint thans de heelkunde meer en meer den naam van behoudende te verdienen.

Niet dat men zoo veel minder opereert dan vroeger, niet dat men zooveel later tot de operatie overgaat, wanneer ze als nuttig is erkend, maar de groote vooruitgang der operative heel- kunde in onze eeuw beeft gemaakt, dat men vele deelen i Het verhaal van het geval zelf heb ik bijna geheel overgenomen nit de Dissertatie van den Heer A.

Tot de behoudende operaties mogen de resecties met volle regt worden gebragt; mogen deze ook al niet in alle gevallen aan de verwachting, die men er van koesterde, hebben beantwoord, talrijk genoeg toch zijn de waar- nemingen, die het groote nut der kunstbewerking buiten allen twijfel stellen. Zeer groot is het aantal der in ons land gedane re- secties tot nog toe niet; hierom geloof ik dat de mede- deeling eener nieuwe waarneming niet geheel onwelkom zal wezeUé De operatie werd verrigt bij eenen stevig gebouwden, uiterlijk gezonden, 23jarigen man, met name Hendrik Dibbets, die in het begin van November des vorigen jaars zich in de polykliniek alhier vertoonde met eene belangrijke misvorming, eene hoekige verkromming na- melijk, van tibia en fibula van het linker been op fig.

Wat de oorzaken en de wijze van ontstaan der ziekte aangaat, hier omtrent verhaalde ons de voor zijnen stand bijzonder beschaafde man het volgende: In het jaar bij de jagers te paard in dienst gekomen, ontving hij in de maand April , te Tilburg staldienst heb- bende, een' slag van een paard tegen het linker been, tengevolge waarvan hij gedurende 14 dagen als kwar- tierzieke behandeld werd ; wij hebben niet vernomen op welke wijze.

Reeds om dezen tijd vertoonde zich eene kleine verheven- heid op de voorvlakte der tibia, of liever reeds toen begon de verkromniing van het been. Bijna twee maan- den hield, hij nu rust, terwijl hem naar het schijnt ung. De pijn werd minder, zoodat hij uit bet hospitaal werd ontslagen, waarin hij evenwel reeds na 2 dagen, daar de pijnen veel heviger dan te voren terugkwamen, moest terugkeeren. Yan dezen tigd af, totdat hij zich in de kliniek vertoonde, was er geene behandeling meer ingesteld, maar de kwaaji was zeer toegenomen.

Beide, tibia en fibula, schenen op de plaats der yerkromming veel breeder, maar deze meerdere breedte was gedeeltelijk slechts schijnbaar.

Pijn bestond er op de aangedane plaats niet meer, en de man scheen overigens volkomen gezond. Wat de oorzaak der verkromming was geweest, was my niet volkomen duidelijk. In het begin meende ik, dat er incomplete fractuur van het scheenbeen had 75 plaat8 gegrepen, maar deze meeaiag liet ik dadelijk varen, daar de aiaa reeds 14 dagen na den slag weder geloopen bad en de misvorming eerst geruimen tijd daarna was ontstaan.

In deze meening werd ik versterkt, toen ik vernam, dat de man in het laatst van December gedurende eenigen tijd voor secundaire syphilis angina syphilitica was behandeld geworden. In de maand Becember, eenige dagen nadat het drukverband was weggenomen, begon de man te klagen over pijn in de keel ; bij onderzoek bleek, dat er secundair syphilitische 76 zweren aaa de tonsillae bestonden» terwijl ook aan de onderlip eene zoogenoemde plaque syphilitique te zien was.

Op enkele plekken des ligcbaams vertoonde zich exantheeniy hetwelk bij nadere beschouwing zich duidelijk als syphilitisch deed kennen. Onder het gebruik van joduretum potassii herstelde de patiënt schielijk, waarna ik besloot tot de operatie over te gaan. Gelijk uit de bijgevoegde afbeelding te zien is, had ik niet veel keus, ik kon namelijk het been breken of er een klein gedeelte uitnemen. Het been te breken zou in dit geval, gesteld dat het zonder al te groote beleediging ware uittevoeren geweest, niet aan het doel hebben beantwoord, daar de tibia aan de achter- zijde een' Par.

Resectie was het eenige wat hier te doen was, door namelijk een wigvormig stuk uit de tibia en fibula te nemen, de beenvlakten tegen elkander te brengen en dus den hoek te doen verdwijnen. De bezwaren door velen, vooral door Stromrter, tegen het doen van resectie in de continuiteit aangevoerd, hoopte ik te ontgaan door het been niet geheel door te zagen, het periosteum dus voor een gedeelte onaange- roerd te laten, even als ook het ligamentum iuterosseum.

Aldus behoefde ik voor niet-vereeniging of het ontstaan van een valsch gewricht weinig vrees te hebben. De 4de Februarij was tot de operatie bestemd, die onder den invloed der chloroforme zou worden verrigt. Nadat de lyder op eene tafel was geplaatst, deden wij 77 hem op de gewone wijs chloroforme inademen , maar het duurde eenige minuten eer wij eenig gevolg van de inhalaties zagen.

Ongelukkig was het niet het ge- wenschte gevolg. Een enkel oogenblik scheen hij in slaap te zullen raken, maar dadelijk daarna werd hij bijzonder opgewekt, spraakzaam, in één woord dronken. In weerwil dat hij gedurende 25 minuten chloroforme inademde, was het ons niet mogelijk bedwelming te weeg te brengen.

Den lijder in dezen opgewekten toestand te opereren vond ik onraadzaam, voorttegaan met de inademing zou niet voorzigtig zijn geweest; ik stelde daarom de ope- ratie uit en deed den man, nadat hij zijnen roes had uitgeslapen, den voorslag zich zonder chloroforme te doen opereren, waartoe hij gereedelijk zijne toestem- ming gaf. In den morgen van den 6den Februarij werd de ope- ratie ondernomen.

Nadat de patiënt eene geschikte positie had ingenomen, werd zoowel aan de binnen- als buitenzijde van bet been eene insnijding ter lengte van 3 Par.

Na klieving der fascia werden de weeke deele met stompe haken op zijde getrokken. Het beenvlies werd op de tibia op twee plaatsen gekleefd, waarna door de gewone zaag 78 een wigvorming stak been ter bepaalde grootte werd uitgezaagd. Bij het doorzagen bleek het dat het been harder was dan de tibia anders pleeg te zijn. Op dezelfde wijze werd een stuk uit de fibula ge- nomen, maar kleiner; ook hier moest ik na het zagen tot den beitel de toevlugt nemen. Tot zoo verre was de operatie dus afgeloopen; arteries behoefde ik niet te onderbinden; slechts een huid- takje had een weinig bloed gegeven, maar zich schielijk teruggetrokken.

De bloeding was in het geheel geriog geweest. De stand van het lid bleef echter steeds dezdfde en het voor den lijder pijnlijkste deel der operatie kwam nu aan, namelijk het regtzetten van bet been, waartoe het noodzakelijk was het overgeblevene gedeelte van tibia en fibula met geweld te knakken. Veel moeite hadden wij echter om de beeneinden tegen elkander te doen blijven, 79 daar de werking van de kuitspieren ze voortdurend van een deed wijken.

De wondranden werden nu door den bloedigen naad vereenigd, het verband aangelegd en de lijder te bed gebragt. Eene naar den vorm van het been uitgeholde küitspalk werd door een' zwachtel bevestigd en het been daarna in een' zweeftoestel gelegd.

CMlurende de geheele uit den aard der zaak lang- durige en hoogst pijnlijke operatie had de patiënt zich verwonderlijk bedaard gehouden, en slechts nu en dan door steunen teekenen van pijn gegevea. Bij de beschouwing van het uit de tibia weggenomen fragment fig.

Naar voren toe was het been, vooral op som- mige plekken, vaster ea digter dan anders, maar in de achterste helft waren de openingen grooter dan gewoon- lijk, ofschoon ook hier en daar digter beeaweefael te zien was. De verkromming der fibula is stellig zeker slechts op- volgend tot stand gekomen: Er ontstond na de operatie slechts matige reactie; het been was pijnlijk maar niet bovenmate.

Den 9den Februarij den 4den dag na de operatie werd het ver- band weggenomen, waarbij ons eene zeer onaangename gangraeneuse lucht tegen kwam. De huidlap bleek voor een gedeelte in versterving te zijn overgegaan, eenecrena had zich nog niet gevormd, er stroomde eene ruime hoeveelheid ichoreuse etter uit. De stand van het been was goed, de neiging tot vaneen wijking was geweken; de SU turen werden gedeeltelijk weggenomen en een aan bet vorige gelijk verband aangelegd.

Twee dagen later ontlastte zich bij het vernieuwen van het verband nog eenige ichor, maar in veel mindere hoe- veelheid, het gangreen had zich niet verder uitgestrekt en had omstreeks de helft van den lap weggenomen. Aan de binnenzijde des beens, even onder de knie, was door de drukking der spalk eenig erytheem ontstaan, terwijl de liesklieren aan dezelfde zijde iets gezwollen en gevoelig waren.

Deze verschijnselen weken evenwel binnen een paar dagen volkomen. Spoedig stootte zich het gangreen af en ontstonden er goede granulatiesinde wond. De algemeene toestand bleef gunstig, de pols telde gewoonlijk omstreeks slagen; de eetlust was bij voortduring goed, de vroeger trage ontlas- ting was na het gebruik van pulpa prunorum met elect 81 leiiiti? De wond werd met aq. Het bleek meer en meer dat de tot nu toe gevolgde wijze van verbinden niet doelmatig was.

Ik had eene spalk met voetplank zoodanig doen inrigten, dat naar mijne meening hierdoor de neiging tot vaneenwijking der been- fragmenten, bij bevestiging van het voetgewricht, kon worden tegengegaan, maar de vervaardiging dezer spalk was minder goed gelukt.

Er ontstond eenige doorzak- king van het bovenste gedeelte van het gereseceerde been ; het ondereinde der tibia rigtte zich tevens iets naar binnen, waardoor natuurlijk ook de voetzool eene minder gunstige rigting had ingenomen.

Door eene beweegbare voetplank kon nu aan den voet die stand worden gegeven, welke het beste scheen te zijn, terwijl door zacht gevoerde lederen kussens het been op den toestel werd beves- tigd. Na aanlegging van den toestel, hetwelk niet voor den 23 Februarij kon gebeuren, voelde zich de lijder zeer verligt; het verband kon nu dagelijks in weinige oogenblikken, zonder iets van den toestel los te maken, worden vernieuwd. Jammer slechts was het, dat druk- king aan de enkels niet werd verdragen, waardoor dan ook de wel is waar geringe afwijking van het onder- einde der tibia naar binnen niet geheel kon worden opgeheven.

Daar de suppuratie vrij overvloedig bleef, liet ik den lijder voorzigtigheidshalve decoctum corticis gebruiken. De wond werd achtereenvolgens met unguentum acetatis plumbi en decóctum salicis ver- bonden, terwijl de slappe granulaties nu en dan met nitras argenti werden aangestipt. De genezing ging zeer voorspoedig. Twee maanden na de operatie was de consolidatie volkomen, het been kon in alle rigtingen uitmuntend bewogen worden, de wond was gtootendeels gesloten, de aanmerkelijke cal- lusmassa nam reeds af; de voet en het voetgewricht echter bleven vrij gezwollen.

Door een inwikkelend verband verdween de zwelling van den voet van lieverlede en het likteeken verkreeg genoegzame vastheid. Er werd weder joduretum potassii voorgeschreven en geruimen tijd gebruikt. De stand van faet been is thans zoodanig als in figuur 4 is voorgesteld, waarbij ik echter moet doen op- merken, dat er nog steeds eene zeer ligte afwijking van het ondereinde der tibia naar binnen bestaat, welke in 83 de afbeelding, gelijk ze ter vergelijking met de vóór de operatie gemaakte teekening moest -morden ver- vaardigd, niet was aan te toonen, en die dan ook van zeer weinig belang is.

Het likteeken is steeds goed gevormd, bet been natuurlijk zooveel verkort als de dikte van het weggenomen stuk bedraagt, gelijk het ook voor de operatie reeds verkort was. Eén schoen met hoogen hak maakt echter dat het mankgaan niet zigtbaar is. Voor eeoige dagen yertooade ach in de oogheelkandige kliniek alhier een geionde, omstreeks 45jarige man om nad Ie yragen tegen hel langiaam afiiemende gezigtsYermogen in zijn regier oog. Bij onderzoek zagen wg hel vdgende: Ik vermoedde reeds om deze ver- schijnselen dal de lens afwezig zoode zgn, en kon mij daarvan schielijk overtoigen, zonder dal hel noodig was tot de lichtproef de toevlogi Ie nemen.

Toen namelijk het oog een weinig sterker heen en weder bewogen werd, zagen wij doidelijk de zeer geatro» phieerde, natoorlijk verdoisterde, in hare kapsel liftende lens aan de boitenzijde des oogs in de achiersie oogkamer heen en weder beween, zoodanig dal zij tosschenbeide voor de helft in hel popQvlak te zien was.

De grond van het oog is volkomen helder, de patiënt ziet volstrekt niets, hel zoo dos dwaasheid zijn de lens weg te nemen.

Het zijn dan ook slechts waarnemingen betrekkelijk die abnormale toestanden, welke men gewoon is mis- kramen of te vroeg kramen te noemen.

Het is slechts eene getrouwe opgave van hetgeen ik gedurende eenige jaren daaromtrent gezien heb en mij de ondervinding geleerd heeft. Het is verder zonder twijfel een ieder VII. Ik werd tot mijne mededeelingen opgewekt door het schrijven van Dr. Broers, over het aanwenden van den tampon bij miskraam, Nederl. Ik geloof met den geëerden Schrijver »dat bloed vloeij ing bij abortus ook goed kad doen en dat zij het uitstorten van het ovum bevordert", maar kan tevens verklaren meer- malen gebruik te hebben gemaakt van den tampon bij bloed vloeijingen ten tijde van abortus en, zoo ik meen, altijd met het beste gevolg.

Ik kan mij derhalve goed vereenigen met den Amerikaner Meigs, wanneer hij zegt, »above all the means of putting an end to trouble- some haemorrhage, I ought to applaud the tampon, or plug"; en geloof met den Engelschman Bürits, dat: Reeds is er veel duisters in hetgeen wij met de oogen aanschouwen kunnen, hoeveel te meer nog in datgene — ik bedoel het baar- moederlijke leven — wat zoo niet voor onze oogen bloot ligt, noch ten volle voor onze kennis is opgeklaard.

Eene miskraam is geene ziekte; zij is een gevolg van eene ziekte of bij de moeder of bij de vrucht. Het is daarmede niet ongelijk aan zaden of planten, welke in de aarde gebragt worden: De meest ervaren landbouwer zal dik- wijls niet weten, waaraan zulks is toe te schrijven. Het wezen der ziekte, welke eene miskraam voortbrengt, is doorgaans ondoorgrondelijk in de ongeziene diepte van het organisch leven verborgen. Herinneren wij ons tevens daarbij dat overeenkomstig de inrigting van het organismus nooit één orgaan geheel alleen kan lijden, zonder in- vloed op de verandering vaaj.

Daarom is bij alle inwendige ziekten het karakter van het lijden zoo belangrijk, dewijl dit juist de uitwendige vertooning van dat verband der organen is, hetwelk voor ons altijd onherkenbaar blijft.

Intusschen leert ons de ervaring, dat een belangrijk bloedverlies voor den mensch, hetzij dadelijk of wel nog lang daarna, belangrijke gevolgen hebben kan; ook leert ons de ondervinding, dat de eene mensch veel grooter bloed- verlies verdragen kan dan de ander.

Het is de rationele arts, die in elk voorkomend geval zal moeten weten te bepalen, op welke wijze hij tot welzijn van zijne zieken moet handelen. Zoo kan ook hier het tegengaan der bloedontlasting bij miskraam, hetzij door den tampon of op welke wijze ook, hoogst nadeelig zijn, terwijl het in andere gevallen tot behoud der lijderes kan ver- strekken.

Eenigermate mogen wij, analogisch redenerende, eene haemorrhagia uteri gelijk achten met eene neusbloeding. Daar- entegen kunnen neusbloedingen bij oude of zwakke menseben voorkomen, waar men genoodzaakt is tampons in den neus te brengen, ten einde bet hier nadeelige bloedverlies tegen te gaan, gelijk ik meermalen met het beste gevolg gedaan heb. Niemand zal nogtans het tamponeren van den neus algemeen aanraden, die weet welke nadeelige gevolgen uit eene bloedstremming der vaten van de hersenen en derzelver vliezen kunnen ontstaan.

Intusschen geeft dit den practischen arts niet zelden moeijelijkheden in de keuze van handelen, en moeten zoowel de physische als psychische gesteldheid van zijnen lijder, de ouderdom en zoovele andere bijom- standigheden hem in de keuze van handelen leiden. Waarnemingen van kunstgenoolen getrouw meegedeeld, de geneeswijze, welke daarbij is in acht genomen en de gevolgen derzelve, mogen iets toebrengen om èn de praktijk èu de wetenschap dienstbaar te zijn.

Ik geef daartoe ecnigen der meest belangrijken uit mijne praktijk, hopende zulks door anderen zal nagevolgd worden. Ziekten voor te komen is voor den arts eene belangrijke zaak en tevens zijne pligt, indien hij dat doen kan.

Miskramen of vroegtijdige verlossingen, bij welke een mensch in gevaar komt en bovendien eene vrucht in hare verdere ontwikkeling belet wordt, mogen dan wel bijzonder de voorkomende zorgen van den arts waardig zijn.

En al warehet, dat hij bij alle zwangere vrouwen geraadpleegd werd, ten einde de zwangerschap geregeld en normaal te doen volbrengen, dan nog zou het den meest ervaren verloskundige niet gelukken om altijd mis- kramen of te vroegtijdige verlossingen af te wenden of voor te komen. De voornaamste reden daarvan is dikwijls wel inzonderheid te zoeken in de verborgenheid der oor- zaken, welke eene miskraam kunnen voortbrengen en, zonder deze te kennen, zal men niet veel daartegen vermogen.

Het is opmerkelijk hoe soms eene geringe oorzaak aanleiding kan geven bij sommige vrouwen tot miskraam, terwijl anderen bij belangrijke aandoeningen of beleedigin- gen geene de minste verandering in hare zwangerschap gewaar worden en deze normaal ten einde brengen. Een kleine schok of geringe gemoedsaandoening is soms genoeg voor de eene, terwijl ik daarentegen ondervonden heb, dat vrouwen in het begin of in het midden der zwangerschap door belangrijke ongelukken getroffen werden, waarop toch geen gevolg kwam.

Haar werd eene aderlating gedaan en de ontwrichting hersteld: Er is verder geen 91 geYoIg? Vele diergelijke voor- beelden zijn mij in de praktijk voorgekomen, bij welke ik over den goeden afloop én van zwangerschap én van yerlossing verwonderd was.

Ook zijn er vrouwen die meermalen aborteren, zonder dat zij daar veel zorg om hebben, en terwijl anderen, hetzij door bloedingen of zenuwaandoeningen, veel daarbij lijden, zoodat zij bij volgende gelegenheid met angst daar aan terug denken, achten dezen het als niets en drukken dit dan ook triviaal uit met eenvoudig te zeggen »ik heb den boel omgegooid''.

De weinige zorg, welke zij in deze om- standigheden voor zich zelven dragen is evenwel niet zelden oorzaak, dat ze daarna door ongesteldheden aangedaan worden, welke haar dringen den geneesheer te roepen. Intuisschen gebeurt het meermalen, dat de arts geraad- pleegd wordt, ten einde te vroegtijdige uitdrijving der vrucht voor te komen, vooral wanneer deze meermalen reeds heeft plaats gehad: Eene belangrijke geschiedenis is mij daarvan voorgekomen.

Eene vrouw, welke reeds viermaal in de vierde, of vijfde maand, eens in de zesde maand, geaborteerd had, raadpleegde mij, bij hare vijfde zwangerschap, over 'igeen zij zou kunnen doen om dit voor te komen: Zij was in de vierde maand, was van een plethorisch gestel, brunette met zwart haar, donkere oogen, 37 jaar oud; verhaalde mij vroeger veel geleden te hebben aan congestie naar de borst en het hoofd, waarbij een maal ophoesting van bloed, voor welke zij dikwijls was adergelaten; gedurende haar huwelijk had zij echter niets daarvan geweten.

Op mijne vraag, of zij bij hare vroegere zwangerschappen wel eens adergelaten was, werd mij dit beantwoord met neen, want zij had daar geene behoefte toe gehad, gelijk vroeger. Hierdoor werden mijne gedachten geleid op het bestaan van congestie naar den buik, gelijk vroeger vóór haar huwelijk naar het hoofd en de borst. Haar daarop yerder onderzoekende en wel inzonderheid haren gespannen en vollen pols, de roosachtige zwelling der beenen, de buitengewone opgezetheid van den buik en gevoeligheid bij de betasting in aanmerking nemende, kwam het mij duidelijk voor, dat, indien niet de eenige oorzaak der herhaalde miskramen, dan toch wel eene voorname zon gelegen zijn in den abnormalen aandrang van bloed naar de baarmoeder.

Ik raadde haar daarom eene aderlating te laten doen en zulks meermalen te herhalen. Het was niet zonder tegenkanting, dat ik daartoe kou geraken, voornamelijk om reden, dat zij zich zoo zwak gevoelde en het laten haar gewis niet zou versterken ; daarenboven beschouwde zij de dikke beenen als waterzucht ten gevolge van het gedurig bloedafnemen in haren ongehuwden staat. Na herhaalde verzekering, dat dit juist redenen waren om de aderlating niet uit te stellen, ja welligt nog meermalen gedurende de zwangerschap 93 te herhalen, mogt ik er toe komen eene matig roiine bloedoQtlastiog te doen.

De gevolgen daarvan waren boven verwachting. Eenige dagen na de lating bevond zij zich beter en geheel anders dan zij zich immer gedurende hare zwangerschap bevonden had; omtrent vijf weken daarna gevoelde zij zich weder meer bezwaard en bedrukt, en meende nu zelve, dat eene aderlating haar goed zoude doen.

Ik deed haar weder eene venaesectie en dewijl zij zeer weinige en moeijelijke sedes had, schreef ik haar daarna een zacht laxans voor. De gevolgen waren even gunstig als vroeger: Aldus bleef zij zich doorgaans wel bevinden, gevoelde nu en dan goed, somtijds vrij sterk leven der vrucht; de eetlust was goed en het gemoed opgeruimd, en de hoop van eenmaal een levend kind te mogen ter wereld brengen, zeer versterkt.

Ia de zevende maand harer zwangerschap werd ik 's morgens bij haar geroepen. Zij was in den morgen- stond wakker geworden met pijnen in den buik en had ontdekt, dat haar bloed afliep.

De buik, welke in vorm en omvang met hare berekening van de zevende maand overeenstemde, was gespannen, het urine- ren was haar moeijelijk, de pols was matig vol, niet zeer versneld, eenigzins hard op het aanvoelen.

Daar ik mij voorstelde, dat er eene beginnende baring kon plaats hebben, exploreerde ik haar, doch vond het coUum uteri nog niet verstreken, den baarmoeder- mond gesloten, hoog aan het promontorium sacri; de wand der baarmoeder was gespannen en door dezelve was niet onduidelijk het hoofd der vrucht voelbaar, de vagina was rondom bezet met een bloederig vocht, hetwelk ook van tijd tot tijd ontlast werd; het collum 94 uteri was glad, had eene vaste zelfstandigheid.

Ik yecoaderslelde, dat er op nieuw congestie naar de baarmoeder plaats had en van daar plethora uteri en uitzweeting van bloed langs de wanden der vagina. Ik deed haar weder eene aderlating en beval haar rust aan, waarbij ik een mixtura anodyna met laudanum voorschreef.

Zij werd allengs beter, de pijnen bedaarden, bloedontlasting had niet meer plaats en alzoo gevoelde zij zich goed en gezond tot in de negende maand.

Toen heb ik haar nogmaals eene aderlating gedaan, omdat zij zich pijnlijk gevoelde en er weder, even als vroeger, verschijnselen van plethora uteri aanwezig waren; omtrent veertien dagen daarna werd ik bij haar geroepen, en nu, daar het einde harer zwangerschap daar was, begonnen normale weeën, die geregeld en krachtig het barings- werk instelden en volbragten. De arbeid was regelmatig, de weeën krachtig, de verlossing normaal, en voorspoedig bragt zij een gezond, sterk ontwikkeld kind van het mannelijk geslacht ter wereld.

Alles ging verder voor- spoedig, ook het kraambed leverde niets bijzonders op: Omtrent twee jaren daarna bevond deze vrouw zich weder in zwangeren staat en meende in de derde maand te zijn, toen zij zich zeer onaangenaam gevoelde, bijna even als in de laatste zwangerschap. Ik wachtte niet lang met haar eene aderlating te doen, waarop beterschap volgde, en ik heb weder in deze zwangerschap vijfmaal, met het beste gevolg, haar 9, 8 of 7 oneen bloed afgenomen: Gelijk vroeger verloste zij op den normalen tijd van een gezond sterk kind, van het 95 mannelijk geslacht, dat even als bet eerste tot een' gezon- den, krach tigen knaap is opgewassen.

Nadat deze vrouw aldus gelukkig tweemaal gekraamd, en hare jongens zelve gezoogd had, mogt zij eene tame- lijk goede gezondheid genieten, zonder daarna reden te hebben om aan zwangerschap te denken; de men- struatie was geregeld en overvloedig tot ruim drie jaren na hare laatste zwangerschap.

Bij haar geroepen zijnde, omdat zij sedert vier maanden de menses niet had gehad en zich zeer onaangenaam gevoelde, begon zij met te zeggen, dat ze niet geloofde zwanger te zijn, waarvoor zij redenen opgaf, welke voor haar vrij geldend waren.

Ik vermoedde echter uit al hare redene- ringen en de uiterlijke verschijnselen, welke mij toeschenen tamelijk overeentestemmen met die harer vroegere zwan- gerschappen, dat er wel degelijk graviditeit plaats zou hebben, en meende tevens, om de volheid van haren pols, de opgezetheid van kleur, enz.

Gelijk oude bakers, wijze tantes, en diergelijke menschen ons dikwerf in den wegslaan en den arts niet zelden met hare raadgevingen en redeneringen trachten te overbluffen, zoo vond ik ook ditmaal groote tegenkanting, tengevolge van vele vermeende ongeluk- kige geschiedenissen, welke het menigvuldige aderlaten zou hebben teweeggebragt. Ingevolge den raad van eenen anderen arts werden haar eenige bloedzuigers in de leverstreek gezet en mercurius dulcis voorgeschreven, ten einde eene vermoedelijke leverontsteking te bestrijden.

Zij bleef steeds sukkelend, en hoezeer ik volgens mijne overtuiging haar eene ruime aderlating toewenschte, mogt dit echter niet geschieden. Op het onverwachts werd ik op een' morgen bij de vrouw geroepen: De placenta was nog bij de zeer ontstelde moeder eneene belangrijke hoeveelheid coagulum lag tusschen de beenen.

Er was eene goede contractie uteri: Met bewondering be- schouwde ik dezelve, daar zij ruim zoo groot was, als gewoonlijk bij eene voldragene vrucht: De vrouw gevoelde zich zwak en zenuwachtig; de eerste dagen was zij schijnbaar vooruitgaande in krachten, doch kreeg daarna koortsen, met ziekelijke aandoeningen der buiksingewanden, peritonitis chronica, en is na eenige weken hectisch gestorven. Deze belangrijke geschiedenis leerde mij, wat de uterus en de in denzelven besloten vrucht te lijden heb- ben, wanneer er eene o ver vulling van bloed in de vele daarheen voerende bloedvaten bestaat, en van welk belang het is om in die gevallen de natuur te hulp te komen door kunstmatig aangebragte bloedontlastingen.

Ware deze vrouw niet misleid geworden door de schroom- vallige raadgevingen harer vriendinnen en had ik haar even als vroeger tijdig mogen aderlaten, dan waren waarschijnlijk die noodlottige gevolgen voorgekomen.

De gevolgen daarvan waren de dood der vrucht, vroegtijdige uitdrijving derzelve en overblij- vend orgasmus sanguinis abdominis, waaruit de verdere ziekelijke toestand der vrouw ontstond, welke den dood ten gevolge had. Meer andere voorbeelden zou ik kunnen bijbrengen tot bewijs, hoe noodzakelijk het is voor den arts, om bij zwangere vrouwen bijzonder de aandacht te vestigen op plethora abdominis.

Denken wij slechts aan de vele bloedvaten, welke zich naar de baarmoeder en haren omtrek begeven, aan de verhoogde werkdadigheid, -welke dat orgaan ondervindt, ten tijde der zwangerschap, en tevens aan de menigvuldige oorzaken, die bloed- ophooping naar de partes genitales kunnen bevorderen, dan mogen wij verwonderd zijn, dat er niet veel meer ziekten bij de moeder en de vrucht en bijgevolg vroeg- tijdige geboorten voorkomen.

Ik heb dan ook nog vele gevallen in mijne praktijk waargenomen, welke met het bovengemelde overeenkwamen en waarin algemeene bloedontlastingen veel nut deden: Daarentegen heb ik in twee treffende gevallen overtuigend gezien, welke nadeelige gevolgen het ver- zuim van aderlatingen kan hebben bij zwangere vrouwen. Eene vrouw, zeven maanden gravida, stierf apoplec- tisch. Bij haar komende vond ik haar reeds stervende.

Zij begon na den middag te klagen over hoofdpijn, welke zoodanig toenam, dat zij te bed ging liggen. Bij haar komende vond ik haar bewusteloos, met volle borst en reutelende ademhaling, rood opgezet gelaat, kleinen gespannen pols.

Ik haastte mij haar eene aderlating te doen, doch eer ik er nog mede begon, gaf zij den geest met verstikking en opspuwing van bloed. Ook bij haar verrigtte ik de sectie, waarmede eene abnorme hoeveelheid bloed uit de baarmoeder-vaten ontlast werd. De funiculus was bij de geboorte van het kind nog kloppende, ook verbeeldde ik mij de hartklopping van de voldragene, goedgevoede vrucht te herkennen, maar in weerwil van vele aangebragte moeite en zorgen open- baarden zich geene verdere teekenen van leven der vrucht.

Bij bovengemelde vrouwen was vroeger schijnbaar geene indicatie tot aderlating; immers beiden gevoelden zich gezond tot op het oogenblik, dat de hersen- en longvaten overvuld waren, en bloedstasis in die deelen een' haastigen dood voortbragt.

Hoe veelmalen nogtans ons practici diergelijke gevallen mogen voorgekomen zijn, welke ons tol de overtuiging brengen kunnen, dat vele vroegtijdige geboorten door pletbora ontstaan en deze door kunstmatige bloedont- lastingen kunnen voorgekomen worden, zou het echter zeer verkeerd zijn, om zich tot den stelregel te laten vervoeren van bij eiken voorkomenden of dreigenden abortus naar het lancet te grijpen.

Integendeel zijn mij gevallen voorgekomen, in welke ik door geheel tegenovergestelde geneeswijze de ontijdige geboorte meen te bebben tegen- gegaan. Deze schreef ik het gebruik voor van tinct. Zij bragt met de achtste maand eene niet vol- dragen, zwakke, doch levende vrucht ter wereld, die door eene gezonde minne gevoed en goed opgewas- sen is. Ik werd geroepen bij eene f ronw, welke Toor de eerste maal zwanger en in de vijfde maand was.

Zij had dien nacht eeoige haemorrhagie gekregen, gevoelde zich daarbij zeer ongesteld, met hoofdpijn, neiging tot braken en pijnen in den buik en de lendenen. De huid was droog en heet, de pols versneld, de tong vuil beslagen. Daar ik haar vroeger, toen zij dienstbaar was, meermalen onder behandeling had gehad, wegens bilieuse en gastrische ongesteldheden, waarvoor emetica en laxantia met vrucht gebruikt waren, oordeelde ik ook nu haren zwangeren staat het best te kunnen bewaren, door haar even als vroeger te behandelen: Een emeticum, voornamelijk van ipecacuanha, deed veel gal ontlasten, waarop een lazans werd toegediend.

De bloedontlasting hield op, de koorts verminderde, gelijk ook alle verschijnselen van abortus; de vrouw werd gezond en is op den normalen tijd gelukkig verlost. Eene vrouw, welke ruim zes maanden zwanger was en vroeger meermalen geaborteerd had, leed aan hevige kramppijnen met eenige afvloeijing van bloederig slijm, hetwelk haar en de buurvrouwen in het denkbeeld bragt, dat zij ontijdig bevallen zou.

Zij had een prikkelbaar ge- voelig gestel, door ligte aanleidende oorzaken tot gram- schap opgewekt. Eenige greinen opium deden de pijnen bedaren, baar gemoed tot rust brengen en een' verkwikkende slaap de verschijnselen van miskraam verdwijnen. Zij is daarna tijdig bevallen. Ik heb deze enkele waarnemingen uit mijne praktijk aangevoerd om tot bewijs te strekken, waarop mijne meening gegrond is, dat wel veelmalen plelhora bij de moeder tot oorzaak ligt van ontijdige uitdrijving der vrucht, en daarmede overeenkomstig de handelwijze van den arts moet gewijzigd worden, maar dat ook niet zelden andere omstandigheden kunnen plaats hebben, welke den arts tot eene geheel andere wijze van han- delen leiden moeten.

Intusschen mogen wij uit de prophylaclische handelwijze wel eenige gevolgtrekkingen maken, welke toepasselijk zijn kunnen op de handelingen van den arts, wanneer abortus of vroegtijdige baring zich werkelijk heeft ingesteld.

De ondervinding heeft mij geleerd, dat op het platteland voornamelijk vele abortus voorkomen, bij welke de arts niet tot hulp of raad geroepen VII. Het schijnt mij toe, dat zulks niet te verwonderen is, wanneer wij in aanmerking nemen, dat het inwendige van de baarmoeder, vooral de membrana mucosa, ten tijde der uitdrijving in geprikkelden toestand verkeert. Het geheele organismus deelt daarin en eischt rust, tot dat hel crethismus verbeterd en de baarmoeder tot haren normalen staat is teruggekeerd: Op deze wijze heb ik voorbeelden gehad, welke doodelijk afliepen, niettegenstaande een abortus had plaats gehad, die zeer gemakkelijk zonder geneeskundige hulp was afgeloopen, en de vrouw reeds den 3den o 4den dag hare gewone bezigheden had aan- gevangen.

Even zoo kan er ook eene diathesis calarrhalis aanwezig zijn, welke een' algemeen erethtschen toestand voortbrengt, aanleiding geeft tot abortus, welke eenigc dagen daarna in volle kracht uitbreekt en belangrijke ziekten voortbrengt.

Moge hij oökal geene aanwijzing hebben eene of andere geneeswijze aan te wenden, dan zal toch immer zijne raadgeving van rust en eene zachte niet prikkelende dieet noodzakelijk zijn kunnen. Van meer belang wordt het voor den arts, wanneer er bij ontijdige baring, gedurende het uitdrijvingswerk der baarmoeder, belangrijke toevallen plaats hebben.

De meesten, welke van deze in mijne praktijk zijn voor- gekomen, waren fluxus, opsluiting van de nageboorte na de uitdrijving der vrucht en hevige pijnen. Meermalen wordt de vrucht ontijdig uitgedreven zonder merkelijk bloedverlies; evenwel komen er niet minder ge- vallen voor, dat er veel bloed ontlast wordt, soms èenigen tijd vóór de uitdrijving, soms nog langen tijd daarna.

Bet schijnt mij toe, dat men deze toestanden eenigzins kan vergelijken met de uitdrijving der placenta na de geboorte van voldragene vruchten. Dikwijls wórdt die uitgedreven of weggenomen zonder eenig bloedverlies, maar ook daarentegen heeft er meermalen gelijktijdig of vooraf belangrijke bloedontlasting plaats, ja zelfs kan die bloedontlasting zoo belangrijk zijn, dat zij met regt den naam van fluxus verdient en de lijderes in doodsgevaar brengt. Leert nu ook de ervaring, dat de vrucht dikwijls ontijdig wordt uitgedreven, zonder eenig of veel bloed- verlies, dan mogen wij ook even zoo aannemen, dat ja in enkele opzigten eene matige bloedon tiasting de uit- drijving kan bevorderlijk zijn, maar dat toch in alle gevallen - de bloedvjoeijing, welke bestendig voortgaat en eenige dagen blijft aanhouden een belangrijk toeval is, lat de abortus vergezelt en vaak krachtig moet bestreden worden, zal rnen niet de vrouw aan belang- rijkegevolgen, wegens het groote bloedverlies, blootstellen.

Het is op die gronden, dat ik altijd zorg heb om bij beginnende uitdrijvings-actie op abnormale tijden der zwangerschap de plaatshebbende bloed vloeijingen kracht- i dadig tegen te gaan.

Verschillende omstandigheden I hebben mij intusschen geleid om verschillende handel- ' wijzen in acht te nemen, naar gelang ik meende, dat over- eenkomstig den bestaanden toestand aangewezen waren. Zoo , heb ik meermalen, wanneer er bloedvloeijing aanwezig , was, nog eene aderlating gedaan. Zij was ruim zes maanden zwanger, was des nachts wakker geworden met buik- en lendenpijn en ontdekte veel bloed, dat haar afgeloopen was. Deze vrouw was van een cholerisch-sanguinisch temperament, driftig en opvliegend, waardoor zij ook vroeger zich abortus en belangrijke ongesteldheden verschaft had.

Niettegenstaande zich veel bloed in haar bed verzameld had, was haar pols opgezet, vol ea versneld. Ik deed haar eene aderlating, beval baar rust aan, tot drank koud water. Bij de exploratie vond ik de vagina gevuld niet coagula, welke ik gedeeltelijk wegnam. Het ostium externum van bet nog niet ontwikkelde colluni was verwijd en slap ; meer gespannen was bet ostium internum, waarin ik ecbter met den vinger kon indringen en een gedeelte der vrucbt ontdekken.

Zij gevoelde zich na de latiug zeer verligt, de pols werd meer bedaard, de pijnlijkheid bleef, doch was minder afmattend, niet ongelijk aan normale weeën. Twee uren daarna wederom haar explorerende, was het ostium internum iets meer verruimd, ook het coliom meer opgekrompen: Ik appliceerde baar een tampon, uit opgerolde linnen doekjes, met welke ik de vagina opvulde, ten einde het onnoodige bloed- afvloeijen tegen te gaan en door den tegendruk de verstrijking van het coUum uteri te bevorderen.

Ik bereikte hiermede volkomen mijn doel, de vrouw was nu gerust, omdat zij geene bloedvloeijing meer bespeurde, de verwijding van het ostium uteri ging geregeld voort, zoodat toen ik de vrouw tegen den avond exploreerde en een gedeelte van den ingebragten tampon wegnam, een voetje van het kind in den verwijden mond der baarmoeder zich voordeed.

Ik nam nu den tampon geheel weg; déze was met bloed bezet, doch voor het overige was er geen bloed aanwezig. Ik bragt het kind door eene matig trekkende beweging onder behulp van eene goede wee naar buiten, het leefde nog en gaf een geluid overeenkomstig den onvoldragen staat, doch is kort daarop gestorven. De placenta mogt ik gelukkig kort na de geboorte van het kind wegnemen; er volgde nog eenige bloedvloeijing, welke echter spoedig bedaarde.

De vrouw heeft naderhand nog aan koortsen geleden, welke Toor sulph. Gelijk het mij meermalen is voorgekomen, geloof ik, dat ook hier in weerwil der bloedvloeijing eene ader- lating zeer veel toebragt om de vaatactie en den sterken bloedaandrang naar de baarmoeder te verminderen en alzoo de vloeijing tegen te gaan. Welligt zou in zoo- danige gevallen, bij verzuimde aderlating, eene dadelyke tamponade schaden kunnen, omdat de plethora uteri, hiermede niet verminderd, zou hebben kunnen aanleiding geven tot stasis sanguinis en óf bezigen fluxus bij de geboorte der vrucht óf later ontsteking der baarmoeder en derzelver aanhangselen hebben voortgebragt.

Nu bleek my de werking van den tampon zeer voordeelig te zijn geweest. Een gewone waterpot, welke negens de legerstede stond, was genoegzaam gevuld met geqoaguleerd bloed, hetwelk eene der vrouwen uit het bad genooien had, zeggende, dat de vrucht er in ag.

Bij de vrouw lagen nog enkele cpagula; zij zelve lag als in een waterbad. Men had, uit Vrees voor den vloed, bestendig druipnatte doeken, den een' na den anderen, 9p haren buik gelegd, waardoor zij verkleumd was van l Pilde. Ik sohreif haar verder eene mixtura anodyna voor met Hoffman en laudanum en een julapium acidulatum 9ulphur.

Den met bloed gevulden pot oaderzoekende, vond ik onder de velecoagula het ovum, waarin eene vrucht ter grootte van ruim drie maanden. Qedurende de twee volgende dagen ging alles goed, maarde vrouw was zwak en hare geel bleeke kleur en kleine pols duidden genoeg aan, dat zij veel bloed had ver- loren. Zij genoot rust en eene zacht voedende dieet; er was weinig bloedontlasting. Den 4den dag werd ik bij haar geroepen, omdat zij weder sterk vloeide en in flaauwte lag.

Ik ontstelde met haar te zien als eene stervende, er lag veel bloed bij haar. Dit wegnemende ontwaarde ik, dat er nog veel afliep, bij de exploratie vond ik gecoaguleerd bloed in de vagina, dat ik naar buiten bragt, de uterus was laag in het bekken, de mond op het aanvoelen slap, niet gesloten, zoodat ik den wijsvinger kon inbrengen, waarmede ik niets ontdekte dan coagulum.

Et werd nu geen bloed meer ontlast, de vrouw werd met excitantia allengs bijgebragt, verder eene emulsio amygdalarum met aq. De volgende dagen was zij buitengemeen zwak, van tijd tot tijd lijdende aan flaauwten. Ik ging voort met mijne behandeling, dagelijks versche tampons inbrengende, waarbij tevens het gebruik van emulsiones en voedende dieet.

Er waren geene ulcera van het ostium uteri te bespeuren; ik vermoedde derhalve, dat eene groote atonie van de baarmoederlij ke vaten oorzaak was dier zich herhalende vloeijingen, waarom ik later de tampons bevochtigde met eene solutio sulph. Eenige dagen later schreef ik de vrouw een decoct. Halter, voor, bleef met het tamponeren aan- houden, en alzoo is zij, na veel aan zwakte en koortsen geleden te hebben, gelukkig mogen herstelten.

Ia dit geval was de vrouw wettigt bezweken, indien niet de tampons waren gebruikt, die hier eene groote dienst bewezen. Eene vrouw van niet sterke constitutie en kleinen ligchaamsbouw, die meermalen gekraamd en miskraamd had, 41 jaar oud, klaagde mij in hare vermoedelijke zevende raaand van zwangerschap, dat zij geen Ie?

Een en ander van haar Ternemende, stelde ik mij voor, dat de vrucht dood was en er weldra abortus zou volgen. Omtrent eene maand bleef zij in dien toestand, steeds met een onbehagelijk gevoel en meermalen koortsig. Eindelijk, toen zij meende aan het einde der zevende maand te zijn, begonnen zich verschijnselen van kramen op te doen, waarbij bloederige stinkende stoffen ontlast werden.

Bij de exploratie vond ik het ostium uteri geopend en de vrucht met de ribben en ruggegraat voorkomende. Het duurde niet lang, of eene krachtige wee drong de vrucht dubbel gevouwen, met den rug voorwaarts, naar buiten. Hiermede giag tevens eene belangrijke «uitvloeijing van bloed gepaard, waarbij de vrouw in flaauwte verviel. Wrijvingen op den buik en wasschingen met azijn deden den afloop van bloed bedaren, waarop ik de placenta naar buiten bragt. De vrucht was klein, naau- welijks ter grootte van zes maanden en verkeerde, zoo- wel als de placenta, reeds ia gevorderden graad van ontbinding, zoodat de stank bijna ondragelijk was.

De vrouw bevond zich daarop redelijk wel. Den tweeden dag had de vrouw pijnen in den buik en ontlastte vele vuile lochiae die door den stank voor haarzelve hoogst lastig waren 1 ; de buik was zeer 1 Tot eeoe waanchawing moge het volgend coriosam verstrekken.

De ondragelijke reak der vrucht en aanhangselen, het kleine woonvertrek en mijne zorgen voor de vrouw hadden mij geleid om te gelasten» dat alles spoedig in den grond gegraven lou worden. De zwakte verbood ook elke antiphlogiatische behandeling. UI nadeeligen invloed Mitoefenen, waardoor die ziektetoeir stand werd yoortgebragt, welke zich nu openbaarde.

Ik schreef haar eene infus. Qp dez0 wijze bep ik steeds voortgegaan. Zij bleef in levejEi; later heeft zy de cort. In dit geval hebben mij de tampons» welke ik eerst bevochtigde piet aq. En misschien is ze veranderd, maar destijds kon ik haar wel schieten!

Het is, of was toen een manipulatief secreet waarbij je alles wat je zei of deed afgewogen en doordacht moest doen anders kreeg je hem gegarandeerd terug. Ik ging pas weg toen ze dat beloofde. De week ging voorbij tot ik donderdag een mailtje van Nadine kreeg met een weigering van een van mijn aankoopverzoeken. Onderdelen die voor het project met spoed nodig waren. Notabene een verzoek dat we maandag hadden besproken en akkoord bevonden.

Ik belde Nadine direct en vroeg het hoe en waarom. Het cynisme droop door de telefoon. De aankoop zou zijn bij een vaste aannemer van ons waarmee we al jaren een vertrouwensband hadden. Ook het bedrag viel in het niet bij de opdrachten die ongechallenged zijn kant zijn opgegaan. Maar goed er moesten dus extra offertes aangevraagd worden. Ik kreeg wel een beetje een idee hoe de relatie Nadine vs.

De eerstvolgende keer dat ik Nadine sprak was de week erop. Ze had van Estelle opdracht gekregen onze overuren niet te accorderen. In ons team was 60 uur in de week geen uitzondering. Vervolgens vertelde ze dat ze alles wat ze van Hendrik zijn takenpakket had overgenomen niet meer mocht doen. De reden was; haar salarisschaal was te laag om die verantwoording te dragen. Ook zei ze dat Estelle relaties van collega’s onderling op scherp aan het zetten was door ze tegen elkaar uit te spelen.

Dat klonk als de oude Estelle. Nadat ik Nadine rustig had en overtuigd had dat het haar schuld niet was begon het bij mij te borrelen.

Direct kreeg ik de plannen van Sasha weer voor ogen. Nadine vroeg nog waarom “komt wel “ zei ik. Ik moet eerst viezigheid hebben tegen Estelle’ ‘contact gegevens, adressenlijsten’ ‘inloggegevens, wachtwoorden’ ‘Alles wat je vinden kan.

Die vrijdag zou ik weer langs de zaak. Onderweg erheen kreeg ik een appje van Nadine: Ze was verbazend koel. Rond 4uur zei ze “Ik ga. Jij hebt ook een afspraak geloof ik” ze negeerde mijn vragende gezicht en vertrok. Ik rommelde nog wat om maar niet samen weg te gaan en reed toen naar Nadine’s woning.

Haar vriend deed open en liet me vriendelijk binnen. Nadine zat aan tafel achter een laptop en stond op toen ik binnenkwam. De vriend achter mij zei: En jij ook veel plezier. Kom hier” en ze knikte naar de laptop. Ik pakte de stoel naast haar en ging zitten. Ik heb haar haar password in zien voeren en kon, toen ze in vergadering zat, alle contacten kopiëren.

Ook aan privé documenten geen spannende dingen gezien. Haar telefoon was even meer werk. Die ligt normaal naast haar op het bureau. Vlak voor een geplande vergadering heb ik haar een vraag gesteld waarbij in haar bureau bedolf onder het papier. Uiteindelijk paniek, want ze moest naar de vergadering en ik werd verzocht te vertrekken inclusief de papieren. Ik had deze privelaptop mee en de telefoon eraan gehangen toen heb ik een maat van Jarno, mijn vriend, gebeld en deze kon op afstand via mijn laptop de telefoon openen.

Alle gegevens van de telefoon staan nu ook op deze laptop. En nog mooier alle Emailaccounts die op de telefoons gebruikt worden kunnen ook vanaf hier bekeken worden. En daar vond ik wel een en ander waar je haar een toontje lager zou kunnen laten zingen. Elk met een code als naam. Nadine opende de eerste. In de map stonden een aantal documenten. Nadine klikte op de eerste van de 2 genummerde.

Deze liet een kantoor archief en opslag zien. Een meisje kwam binnen keek over haar schouder en liet een dymo tang in zijn tas glijden. Nu nam ze een aantal printervullingen mee. Op het scherm verscheen een een kantoor, een man, ronde de 50,nette kleding, grijzend haar kwam binnen, liep een rondje om het bureau en bleef met zijn armen over elkaar staan wachten. Hij keek naar de deur en een vrouw of meisje kwam in beeld. Ze stond met haar rug naar de camera. Ze praatten, hadden duidelijk een meningsverschil.

De vrouw zette haar handen in haar zij en wachtte. De man wees naar de grond, de vrouw schudde ‘nee’. De man leunde achterover schudde vragend zijn hoofd en maakte daarna een zwaaiende beweging naar de deur. De vrouw Schudde weer ‘nee’, en probeerde duidelijk de man op andere gedachten te brengen. De man wees nogmaals naar de grond, vervolgens op zijn kruis. De vrouw sloeg een hand voor haar mond en ging op haar knieën zitten. Toen ze afwachtend bleef zitten wees de man nogmaals op zijn kruis en aarzelend begon de vrouw de broek te open.

Ze haalde zijn half harde lul eruit en keek vragend naar boven. De man knikte en met duidelijke tegenzin ging haar hoofd naar voren en hapte ze de lul in haar mond. De man legde zijn hand op het hoofd van de vrouw. Langzaam veranderde pijpen in mondneuken. Terwijl hij met 2 handen haar hoofd vasthield gooide hij zijn hoofd naar achter en spoot duidelijk haar mond vol.

Ze probeerde hem weg te duwen maar dat lukte pas toen hij uitgespoten was. Hoestend viel ze achterover op de vloer. De man riep haar nog wat dingen toe, borg zij pik weer op en verliet de ruimte.

De vrouw kwam langzaam overeind fatsoeneerde haar haar en liep het beeld uit. Even later kwam ze vanaf de andere kant weer in beeld. Ze zette een kruk neer en stapte erop. Keek recht in de camera voor het beeld zwart werd. Een paar jaar jonger naar duidelijk Estelle. Hoe gaat dat ons helpen? Alle mappen bevatten dit soort filmpjes. Ik denk dat ze op deze manier haar reorganisaties met weinig tegenspraak doorgevoerd krijgt. Ik moet dit even laten bezinken…” “Weet je wat ik zet het op een stickje, dan kan je ook de documenten bekijken, dat heb ik nog niet gedaan.

Ik hoor het wel als je weet wat met haar van plan bent. Mijn hoofd tolde alle kanten op. Met de laptop dicht en een biertje voor me op tafel vertelde ik wat ik de week hiervoor van Sasha had gehoord, maar niet wat ik met haar en Joost gedaan had. En dat deze filmpjes wel in dat plaatje paste.

Wat je ook met haar van plan bent, ik doe mee. Ik lachte wat en dronk mijn biertje op. Snel reed ik naar huis voor mijn spullen en daarna richting de club. Ik at onderweg een tankstation broodje en kwam toch nog te laat op de training. Na afloop kwam Joost naar me toe en zei lachend “De achterdeur is open! Anders sta ik straks met een stijve onder de douche.

Bij Joost en Sasha thuis deelde ik de nieuwe kennis. En Sasha werd weer giftig. Helemaal toen Joost haar erop aansprak dat zo gauw we over Estelle begonnen zij ging vertellen hoe ze haar aan wilde pakken en acuut zo geil als boter werd. Alleen maar om mij makkelijk te kunnen pakken?

Maar het is wel een handig bijverschijnsel. Dat lukte niet echt. Dat ik ook ontkende dat dit het plan was leek zelfs averechts te werken. Maar dan is het wel mijn beurt vandaag.

Shirt, sokken en broek uit. Ze gooide haar wijntje naar binnen en liet de kamer uit. Wij keken elkaar vragend aan. Joost haalde zijn schouders op en trok zijn shirt uit. Ik volgde en niet veel later zaten we beide in ons onderbroek op de bank.

Zwijgend aan een biertje. We hoorde Sasha’s hakken op de trap. Hoge laarzen leren jurk met een rits van boven tot onder, zwarte ogen en lippenstift. En een kleine zwarte tas.

Ze zette de tas neer pakte de pols- en enkel boeien eruit en gooide die naar Joost. Wees niet bang, jij komt ook wel aan je trekken zo. Terwijl Joost schoorvoetend aan het bevel voldeed pakte Sasha een bos touw uit de tas. Ze maakte zijn enkels aan de poten van de stoel vast en zijn polsen langs zijn lichaam onder de zitting door aan elkaar. Met een touw knoopte ze zijn bovenlijf van schouders tot heupen aan de rugleuning vast. Als laatste trok ze zijn knieën uit elkaar en verbond deze met een touw onder de zitting door zodat ze niet meer dicht konden.

Kom hier en lik mijn tepels” zei Sasha terwijl ze Joost aan bleef kijken. Ik keek afwisselend naar Joost en Sasha en wist even niet wat te doen.

Dat duurde blijkbaar te lang. Sasha trok me van de bank en zette me voor haar neer. Ze wees naar haar boezem en zei: Ik wilde min handen eronder leggen maar Sasha pakte mijn polsen “zonder handen!

Sasha slaakte een zucht.